Er bestaan veel misverstanden over de prijsopbouw voor kinderopvang. Tot de Wet kinderopvang in 2005 van kracht werd kenden wij geen uurtarieven in de kinderopvang. Kinderopvang werd aangeboden in dagdelen, halve of hele dagen. Dat is ook nu nog steeds zo.
Sinds de Wet kinderopvang kennen wij ook de tegemoetkoming in de kosten voor ouders, de kinderopvangtoeslag.
De uitvoering van de regeling werd bij de belastingdienst neergelegd. De belastingdienst hanteerde een systematiek waarbij gerekend werd in opvanguren in plaats van dagdelen. De sector werd toen verzocht haar prijzen om te zetten in uurprijzen. En zo werd het begrip uurprijs geboren. De uurprijs is de prijs van een dag gedeeld door het aantal openingsuren.
Het is een misverstand dat bij afname van kortere dagen de prijs omlaag kan. Dat kan maar zeer ten dele. Immers, de kosten die wij maken, blijven in totaal hetzelfde of men nou 8 of 10 uur afneemt.
Zouden wij de prijs van een dag delen door minder uren, dan zal de uurprijs stijgen. Voor ouders pakt dat ongunstig uit doordat een groter deel van de kosten van die hogere uurprijs niet in aanmerking komt voor de kinderopvangtoeslag.

